Na een ontwikkeling van duizenden jaren is de sportcoach die met topsporters werkt iets wat heel vanzelfsprekend is. Het lijkt misschien tegenstrijdig om iemand in te huren die minder goed is in iets wat je zelf goed kunt, maar die je toch helpt om het beter te doen.
Door de principes van waarneming en feedback toe te passen, kan een sportcoach het verschil maken tussen een speler van wereldklasse en een gemiddelde speler. De perspectieven en vaardigheden van een (sport-)coach zijn namelijk heel anders dan die van een sporter. Het is niet voldoende als je er zelf goed in bent; je moet kunnen coachen.
Hetzelfde principe geldt voor een personal coach. Personal coaches werken zij aan zij met mensen om hen te helpen hun prestaties op het werk te verbeteren, los van de vraag of de coach dat werk zelf zou kunnen doen. Wat een coach wél kan doen, is iemand helpen om te onderzoeken waar hij/zij zich kan verbeteren en praktische manieren kan vinden om vooruitgang te boeken.
De coach heeft een toolbox, vol opgebouwde ervaring, theorieën en modellen, waar hij uit put om de gecoachte tot (zelf)inzichten te brengen. De personal coach maakt daarbij gebruik van een combinatie van diverse vaardigheden zoals: waarnemen, praten, luisteren, aanvoelen, sparren, vragen stellen, spiegelen en indien nodig confronteren.


